Avondgebed. Het is nacht.

Het is al weer eeuwen geleden dat ik een post op mijn blog gepost heb. Ik heb overwogen om mn hele weblog maar op te doeken, maar stel het toch nog maar even uit…

Dave Tomlinson – mijn ‘favourite-anglican-priest’ over wie ik wel vaker iets geschreven heb – heb ik ooit een paar zinnen uit een avondgebed uit Nieuw- Zeeland horen citeren die ik erg mooi vond: ‘it is night afther a long day, what has been done, has been done, what’s not been done, has not been done, let it be’. Ik heb deze regels zelf ook regelmatig gebruikt bij avondgebeden: ‘ Het is avond geworden na een lange dag. Wat is gedaan is gedaan. Wat niet gedaan is, is niet gedaan. Laat het rusten. ‘

Ik was al lang op zoek naar de volledige tekst van dit gebed, en vandaag kwam ik de tekst zomaar tegen in een bundel gebeden van over heel de wereld (Bron van leven. teksten en gebeden uit de oecumene).

Het is nacht. De nacht is een tijd voor verstilling. Laat ons stil zijn in de aanwezigheid van God.

Het is nacht, na een lange dag. Wat voltooid is, is voltooid. Wat niet voltooid is, is niet voltooid; laat het zijn zoals het is.

De nacht is donker. Laat onze angst voor het donker van de wereld en van onze eigen levens rusten bij U.

De nacht is kalm. Laat de kalmte van uw vrede ons omvatten, en al onze dierbaren, en al degenen die geen vrede hebben.

De nacht kondigt de dageraad aan. Laat ons vol verwachting uitkijken naar een nieuwe dag, naar nieuwe vreugde, naar nieuwe mogelijkheden.

in Uw naam bidden wij.

wandelend langs de zeeuwse kust deel 2

Wandelend aan de Zeeuwse kust

greenbelt 2010 where there is muck there is God

Greenbelt was echt top. Bijna 4 volle dagen arts, faith and justice verpakt in muziek, lezingen, theater, film, vieringen, workshops etc etc. Van s’ochtends 9 tot savonds 12. En dat alles in een landschap waar Tolkien zijn vingers bij af zou likken. En wat een prettige mensen in Engeland (goed, goed op die ene buschauffeur op de terugreis na… wat een &^% met vingers) behulpzaam, beleefd etc. etc. Ik heb genoten van het festival maar toch zeker net zo van de Engelse cultuur.

Ik kwam een schilderij tegen in het programmaboek (bijbel? zo dik is het boek bijna) van de Engelse kunstenaar Michael Radcliffe met de titel ‘o God’. Hieronder afgebeeld. Het beeld laat me sindsdien niet los.

theologie op een tegeltje

If there is a light up ahead,

o brother I don’t know,

but I got this fever burning in my soul.

(Johnny Cash)

Harry Bird and the Rubber Wellies

Gewoon omdat het mooi is.

Een inclusieve gemeenschap

Ik was heel lang geen liefhebber van het avondmaal. Het gekke is dat ik nu merk dat ik de viering van de Maaltijd van de Heer (nee, de andere benaming is niet toevallig) een van de mooiste dingen in mijn werk vind. Dat heeft te maken met een theologische verschuiving in mijn denken over de Maaltijd. De viering van de Maaltijd van de Heer draagt zo’n rijkdom aan betekenissen met zich mee, veel rijker en dieper dan alleen de theologie van verzoening waarmee ik het altijd associeerde. Het is de Maaltijd van het Koninkrijk, we vieren (o.a.) hoe het eens gaat worden. De Maaltijd is een voorafspiegeling van dat Koninkrijk. Dat mag ook inderdaad gevierd worden, het mag blij, opgewekt en feestelijk zijn.

Prachtig vind ik de nodiging bij de maaltijd van de Heer, iedere keer raakt het me weer: aan het begin van de Maaltijd wordt iedereen uitgenodigd aan tafel. Meestal gebruik ik daarvoor de volgende woorden:

Deze tafel is gedekt voor iedereen die Christus liefheeft

en voor iedereen die Hem meer wil leren liefhebben.

Dus, kom, u die een rots vast geloof hebt, en u die zoekend gelovig bent.

Kom, degene die hier vaak komt en degene die hier weinig komt.

Kom, degene die geprobeerd heeft de Heer te volgen en degene die daarin gefaald heeft.

Voor ieder van ons een plaats aan de tafel.

Essentieel is dat aan deze tafel ieder mens genodigd is: je bent welkom! Er worden wat mij betreft geen eisen aan deelname gesteld. je bent welkom, ook al snap je misschien niet alles. Dat wil niet zeggen dat het niet van belang is mensen de betekenis van de Maaltijd te leren. Maar het moet geen voorwaarde voor deelname zijn.  Aan deze tafel vallen de onderscheidingen die wij vaak gebruiken weg, voor God tellen ze niet. God is een gevende God, en geeft zichzelf aan alle mensen.

Een erg mooi lied voor bij de viering van de Maaltijd vind ik het lied ‘een plaats aan de tafel’ opgenomen in de bundel: Opstaan! Meer liederen uit Iona, Glasgow en de rest van de wereld.

Voor ieder van ons een plaats aan de tafel,

voor ieder van ons schoon water en brood,

een veilige plek, een plaats om te schuilen,

een plaats in Gods licht als tafelgenoot.

 

Refrein:

Vol vreugde ziet God

naar mensen die recht doen:

zij scheppen geluk!

Vol vreugde ziet God

naar mensen die recht doen:

zij scheppen recht en geluk!

 

Voor ieder van ons een plaats aan de tafel,

voor iedere vrouw, voor iedere man.

Niet minder of meer, de een of de ander:

het delen van macht is deel van ons plan.

 

Voor jong en voor oude een plaats aan de tafel,

want iedere stem geeft klank aan het koor.

Een hand zoekt een hand , de jongste de oudste;

ze vinden elkaar en niemand gaat voor.

 

Voor ieder van ons een plaats aan de tafel,

beschadigd of gaaf, rechtvaardig of slecht,

en ondanks de pijn: een plaats van vergeving,

genadig begin van goddelijk recht.

 

Voor ieder van ons een plaats aan de tafel,

van eerbied vervuld, van angsten bevrijd,

een plaats om te zijn, een plaats om te worden

getuige van hem, een levend bewijs

 Zoals dat bij de Maaltijd geldt, geldt dat ook voor de kerk als geheel: de kerk hoort een inclusieve gemeenschap te zijn waar voor ieder mens ongeacht leeftijd, sekse, geaardheid, opleiding, achtergrond of etniciteit een plaats is. Niet vanwege een onverschillige tolerantie-gedachte ‘ach alles moet kunnen’. Maar omdat het de kern van het evangelie zelf is. Want het is Jezus zelf die voortdurend alle mensen uitnodigde. In het bijzonder de mensen die niet meetelden: de kinderen, de vrouwen, de ‘zondaars’, de tollenaars, de zieken etc. Jezus zelf heft de grenzen op die er tussen verschillende groepen in de toenmalige samenleving bestonden op. Gods Koninkrijk doorbreekt grenzen. En in navolging van Jezus zijn wij vandaag de dag geroepen grenzen te doorbreken en kunnen we Paulus’ woorden:

Er is geen sprake van Jood of Griek, van slaaf of vrije, van mannelijk en vrouwelijk: gij allen zijt immers één in Christus Jezus’             Galaten 3:28

aanvullen:  in Christus is geen sprake meer van b.v. allochtoon en autochtoon, geen homo en hetro, wij allen zijn één in Jezus Christus.

Deze dagen las ik een mooi boek(je) van Dave Tomlinson (bekend o.a. van het boek the post-evangelical), het is getiteld re-enchanting Christianity. Een aanrader! Dave heeft een hele zoektocht doorgemaakt van een Brethern Church naar heftig charismatisch pinkster huiskerken, naar kerkloos, en nu is hij vicar in de Anglicaanse kerk. Over de kerk schrijft hij o.a.:

‘The Church is by definition an inclusive community, because at its centre is the inclusive God whose love is manifest in the one who hung on a cross with arms outstretched. Church is not supposed to be a place of theological ‘purity’, or rigid conformity to certain beliefs and conventions, but a mishmash of believers, doubters, dissenters and malcontents, each of whom is grappling in his or her own way towards the mystery that is God. The Church is a place of refuge and hope, a place of prayer and laughter, a place of dreams and fresh imagining, a place of birth and rebirth, a place of welcome and acceptance, a place of thought and theology, a place of weddings and funerals, a place where proud mums and dads bring tiny people to offer them to God, a place of parties, a place of bread and wine shared, a place of affirmation, a place of new beginnings, a place of freedom and generosity, a place of friendship, support and healing, a place of creativity, a place of reconciliation, a place of faith and doubt, a place where people can belong without necessarily knowing how or what to believe’.

gebed in de morgen

Goede God

In de avond en de nacht die achter ons ligt,

terwijl wij sliepen,

begon u aan deze scheppingsdag.

Zonder dat er hulp van ons aan te pas kwam,

ging de zon onder kwam de maan op

vonden vogels hun nesten

groeiden planten

herstelde ons lichaam zich

verwerkten onze hersenen de gebeurtenissen van de dag van gister.

Zonder dat er hulp van ons aan te pas kwam

kwam de zon deze morgen ook weer op:

U gaf het uw beminden in de slaap.

 We werden wakker in een wereld die wij niet geschapen of gemaakt hebben

We mogen deel krijgen aan heil dat en goedheid die niet een verdienste van ons zijn

Uw schepping en uw verbond met mensen zijn pure genade en begroeten ons elke morgen opnieuw.

Het wordt ons om niet gegeven uit uw handen en in onze handen gelegd.

En nu wij wakker zijn, nadat u het voorbereidende werk vannacht gedaan hebt,

worden we opgeroepen ons te verheugen over het werk van uw handen.

Worden we uitgenodigd mee te gaan doen in uw scheppende werk.

Wij mogen antwoorden met geloof, met ons werken

Wij zullen ons verheugen

Leer ons vandaag ons leven als een geschenk te ontvangen

En als een geschenk aan U terug te leven

theologie op een tegeltje

De kerk als klooster

Deze week moest ik naar Gouda toe. Aanvankelijk was ik van plan om met de auto te gaan, maar gelukkig raadde Marlies mij aan om met de trein te gaan. En daar heb ik geen spijt van gekregen. Ik had (hoera, hoera) geen vertraging. Maar bovenal heb ik heerlijk kunnen lezen. Het pamflet ‘de Kerk als Klooster’ had ik vorig jaar al een keer gekocht, was er ook al eens in begonnen, maar deze treinreis gaf me de gelegenheid het pamflet eens goed te lezen.

Ik vond het prachtig. De sfeer die het boekje ademt wekt een verlangen in me. Ik heb met herkenning gelezen en sommige gedeelten zelfs met ontroering gelezen. Hier schrijft iemand die geraakt is door en overtuigd is van de christelijke traditie en bovendien verwonderd is over de rijkdom die de traditie ons biedt. En dat maakt mij als lezer ook enthousiast. Een mooi citaat uit de inleiding:

‘Wanneer je een plattegrond van een klooster ziet dan ontdek je naast kapel ook eetzaal, bibliotheek, slaapvertrekken, tuin, kloostermuur en gastenverblijf. Op deze manier kan er voldaan worden aan het ideaal van de eerste gemeente. Namelijk een gemeenschap vormen van mensen die samenleven. In de loop der eeuwen heeft de plaatselijke kerk echter alleen maar de kapel overgehouden. dit is maar een schamel overblijfsel van de oeroude droom. Het is nooit de bedoeling geweest dat de gemeente van de Levende alleen maar zou bestaan uit een wekelijkse viering en een doordeweekse vergadering. Wil een kerk volop gaan bruisen dan is het belangrijk om de kapel uit te breiden met meerdere vertrekken. Naast de viering is het noodzakelijk om regelmatig een goed maal te nuttigen in de refter, tot diep in de nacht in de bibliotheek te studeren, gasten te ontvangen in en te wandelen in de tuin’

Een paar punten sprongen er voor mij uit:

Jeroense neemt resoluut afscheid van de volkskerk gedachte. We moeten niet navelstaren op hoe het ooit geweest is. Dat ‘ooit’ is volgens hem vooral de opleving na WOII, voorheen bestond er ook niet zoiets als de volkskerk. De kerk heeft door de eeuwen heen steeds bestaan uit kleine geïnspireerde groepen waaromheen zich wisselende aantallen mensen schaarden. Ik deel sterk Jeroense’s idee van afscheid nemen van de volkskerkgedachte (alhoewel ik me wel afvraag of hij met zijn stelling dat de volkskerk nooit bestaan heeft niet een beetje kort door de bocht is). De kerk als kleine gemeenschap van mensen die zich willen verdiepen en steeds meer hun leven willen leven overeenkomstig het evangelie (discipelschap) daar geloof ik in. Mijzelf inspireren de Ana-baptistische gemeenschappen (radicaal christendom) steeds meer.

Ik ben het van harte met hem eens dat we niet moeten navelstaren op wat geweest is, de kerk laat zich vaak veel te veel lamleggen door verhalen over neergang teruggang etc, i.p.v. trots (geen trionfantelijke trots) te zijn op wat haar gegeven is. Ontroerend vind ik wat Jeroense schrijft over de nieuwe kerkelijke attitude, die een van passie en betrokkenheid moet zijn. Meer uitbundig en vierend leven, omdat het leven geschonken is door God. De omgang met Hem zou ons niet tot benepen, zuinige mensen moeten maken maar mensen met levensvreugde. Vaak merk ik in gesprekken een negatieve en verlammende sfeer is als het over de kerk gaat. We laten ons zo vaak neerdrukken door alle negatieve verhalen, kerken die moeten sluiten, jongeren die niet meer komen, afname van de kerkgang. (En de eerlijkheid gebied me te zeggen dat die ook regelmatig in mij zit). We kijken naar wat we niet meer hebben, i.p.v. te kijken naar alles wat geloof ons biedt: we hebben zo’n rijke traditie, zo’n schat aan kennis, zo’n prachtig Boek vol verhalen die levens van mensen kunnen veranderen, een God die uit is op relatie en ontmoeting etc.

Ieder klooster heeft zijn eigen identiteit en sfeer en legt eigen accenten, en dat is uitstekend. Wanneer de kerk meer een klooster zou willen zijn dan zal ze zich moeten bezinnen op de vraag: wat is onze identiteit en hoe geven we daar vorm aan. Niet iedereen te vriend houden, maar gaan voor het eigene. Er is genoeg middelmaat, laten we daar geen genoegen mee nemen.

‘De lofzegging aan God vormt het hart van de kloostergemeenschap’. De vaste gebeden die structuur aan de dag en de lofzegging geven spreken me erg aan. Korte eenvoudige momenten van bezinning om de dag mee te beginnen en te eindigen om je heel de dag bewust te zijn van God. In mijn dagelijkse leven ontbreken die momenten geregeld, en ik ben vast niet de enige. In de adventsperiode heb ik elke woensdagavond een avondgebed georganiseerd, door meerdere mensen werd dit als zeer positief ervaren. Het is denk ik een verlangen wat bij veel mensen leeft: vaste momenten hebben om op Adem te komen en nieuwe Adem op te doen.

Een klooster is er gewoon. Ze heeft een eigen identiteit en van daaruit is ze met de wereld bezig. Ze hoeft zichzelf niet constant te bewijzen, hoeft niet voortdurend te laten zien hoe vreselijk relevant ze is, hoeft niet voortdurend mensen naar haar toe te schreeuwen. Nee, ze is ontspannen aanwezig en leeft het leven volgens de roeping die ze gekregen heeft. Ze is een dienende gemeenschap, dienstbaar aan heel de schepping. Niet benauwd om te getuigen van ‘de hoop die in haar leeft’ aan gasten, maar niet opdringerig of schreeuwerig, maar uitnodigend en ontspannen. Iedereen die binnen wil komen kijken is van harte uitgenodigd om binnen te komen kijken. Iedereen die het na een uurtje wel weer gezien heeft: ‘tot ziens, vrede en alle goeds, geniet van een mooie wandeling’. Iedereen die langer wil blijven: ‘goed dat je er bent, waar kunnen we je mee van dienst zijn, kom en doe met ons mee?’. En mensen die af en toe eens binnen willen komen: ‘hé goed je weer te zien…’ Zo getuigd een klooster van een andere werkelijkheid, midden in de wereld vormt ze zo een alternatieve gemeenschap van het Koninkrijk.

Ik zou best in zo’n kerk willen wonen, als bewoner zoals Jeroense schrijft. Leven in gemeenschap is een verlangen wat ik deel. Ik moet eerlijk bekennen dat ik dan het liefst de tuin zou onderhouden en in de keuken zou willen werken. Dat is dan wel weer opmerkelijk voor een predikant, maar gezien mijn vorige post toch ook weer niet zo.

Hoe dan ook: dit pamflet vraagt om een verdere uitwerking, om concretisering.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.