Ik heb het al eens eerder geschreven, maar wat ik in mijn werk als predikant probeer te doen is mensen deelgenoot te maken van mijn zoek- en vind(!)tocht naar God. Niet omdat ik zo interressant ben, om mezelf voortdurend op de voorgrond te plaatsen, maar zodat mensen a.h.w. kunnen inhaken. In mijn preken probeer ik ook mijn eigen vragen te laten merken, mijn eigen zoeken, maar ook mijn eigen vinden van God. Dat lukt de ene keer beter als de andere keer, en soms lukt dat ook helemaal niet. Als ik zelf aan het preken ben, dan merk ik vaak dat veel van wat ik zelf die week meegemaakt heb er onbewust (?) in meespeelt.
Zo heb ik de afgelopen week voor het eerst een gesprek gehad met werkbegeleiding. De PKN heeft ongeveer 3 werkbegeleiders in dienst, die heel Nederland afvliegen om voorgangers die moeilijkheden in hun werk hebben verder te helpen. Nu valt dat met moeilijkheden in mijn werk met mij wel mee. De moeilijkheden zitten vooral in mezelf. Het is ook niets niews, in de kern komt het erop neer dat ik het heel erg moeilijk vind om op mezelf en mijn geloof te vertrouwen, te geloven dat dat voldoende is. In het goede gesprek dat ik met mijn werkbegeleider had, kwamen we al heel snel tot waar uiteindelijk mijn moeilijkheid zit: ik durf mijn geloof (laten we daar maar even op insteken) niet te vertrouwen, maar laat het altijd door kritische vragen onderuittrekken. Ik kijk niet vanuit geloof naar de vragen, maar eigenlijk altijd andersom. Lastig is dit om zo in een paar woorden op te schrijven. En als ik het schrijf, merk ik ook dat ik denk: moet ik dat niet anders zeggen?
Vanuit geloof naar de vragen kijken, dat zou ik meer willen leren. Met de kanttekening dat geloof nooit de vragen in de wind mag slaan, of net kan doen alsof ze er niet zijn. Maar het gaat er om dat je gelovig met de twijfel om leert gaan. Als er een ding is dat ik van Walter Brueggemann geleerd heb, is het wel het volgende: in het geloof dat we in de bijbel tegenkomen, het geloof van Israel en (hoop ik ook) van de christelijke gemeente, worden alle vragen volstrekt serieus genomen. De werkelijkheid wordt nooit geweld aangedaan, nooit worden dingen weggemoffelt om God of geloof de hand boven het hoofd te houden! Maar de bijbel kent ook het: ‘en toch…’ Dat zijn voor mij persoonlijk misschien wel de mooiste woorden uit de bijbel. woorden van geloof: en toch, ondanks alles, is het de liefde van God die aan het langste eind trekt.
Die laatste zin is het bruggetje naar de preek van vanmorgen over Romeinen 8: 31-39 (niets kan ons scheiden van de liefde van God welke is in Christus Jezus onze Heer). Veel van wat ik net geschreven heb kwam daar bewust (!) maar het later nog een keer terughorend ook onbewust in mee. Een klein stukje:
Maar Hoe kan dat nu, God en mens in dezelfde persoon? Ik weet het niet. Ik kan het niet uitleggen. Maar ik geloof het wel. En ik heb er wel het nodige over gelezen, maar ik krijg het niet rond. Elke keer als ik het probeer rond te breien, klopt het niet, kan ik er niet bij. Maar steeds opnieuw merk ik dat ik niet over Jezus kan spreken zonder het ook over God te hebben en dat ik niet over God kan spreken zonder het over Jezus te hebben.
Heel lang, en heel vaak nu ook nog, denk ik dat ik eerst al mijn vragen ( en neem maar van mij aan dat dat er veel zijn) beantwoord moet hebben voordat ik kan geloven. Zo ontzettend vaak stel ik mijn eigen geloof onder kritiek van alle vragen, waardoor ik een voortdurende spanning zit. Al heel lang ben ik bezig te denken dat ik eerst alles rationeel op ene rijtje moet hebben voordat ik kan geloven. Ik kijk niet vanuit geloof naar de vragen, maar ik kijk altijd vanuit mijn vragen naar mijn geloof. En dat is af en toe best goed om je eigen geloof eens kritisch onder de loep te nemen. Maar niet voortdurend.
Deze week sprak ik daar met iemand over. En hij zij zoiets als: kun je je eigen kritische vragen loslaten en de sprong van het geloof te maken? Durf je je eigen geloof te vertrouwen? Durf je te vertrouwen dat dat wat je hebt genoeg is?
Ja dat vertrouwen is moeilijk. En dat heeft me weer heel erg aan het denken gezet, op een goede manier. Jezus, God en mens in een persoon? Ik kan het niet uitleggen, het is een sprong dat te geloven. En dat vind ik zo lastig te moeten zeggen, want ik wil het zo graag uitleggen aan mezelf en aan anderen. En het klinkt alsof ik hiermee zeg: “tja, je moet het gewoon maar geloven”. En dat is nu juist niet wat ik wil zeggen. Maar elke keer ontdek ik het weer: ik geloof het echt. Met alle vragen die het ook bij me oproept en die ik graag laat staan. Maar ik geloof het.
N.a.v. deze woorden vond ik vanmiddag een briefje in de bus van een luisteraar van vanmorgen. Een briefje met een gedicht van Rainer Maria Rilke:
Men moet geduld hebben, met het onopgeloste in het hart, en proberen de vragen zelf lief te hebben, als gesloten ruimtes. als boeken geschreven in een zeer onbekende taal.
Wanneer men die vragen heeft, leeft men misschien geleidelijk, zonder het te merken, op een ongewone dag, binnen het antwoord.
zonder het te merken, op een ongewone dag, binnen het antwoord… Bij het lezen van die woorden sprongen bij mij de tranen in mijn ogen. Wat een mooie zinnen. Dankjewel Willemien voor dit mooie gedicht en dat je de moeite hebt genomen om het langs te brengen! Ondanks al mijn vragen heb ik altijd het idee dat ik binnen het antwoord leef. Dat Antwoord is zoveel groter dan ikzelf ben.
Hierover doormijmerend dacht ik aan het gedicht van C.S. Lewis, wat ik al een tijdje bij mn bureau heb liggen:
He whom I bow to only knows to whom I bow, when I attempt the ineffable Name, murmering Thou, and dream of Pheidian fancies and embrace in heart symbols (I know) which cannot be the thing Thou art.
Thus always, taken at their word, all prayers blaspheme, worshipping with frail images a folk-lore dream.
And all men in their praying, self-deceived, adress the conage of their own unquiet thoughts, unless Thou in magnetic mercy to Thyself divert our arrows, aimed unskilfully, beyond desert;
And all men are idolators, crying unheard to a deaf idol, if Thou take them at their word.
Take not, o Lord, our literal sense. Lord in thy great unbroken speech our limping metaphor translate.
Zo vind ik op een dag als vandaag weer een heleboel….. Of wordt ik vandaag weer geregeld gevonden….
Hey Bindert!
Ik had de mazzel dat ik me via mijn ingevulde emailadres geattendeerd liet worden op nieuwe reacties op mijn reactie van een tijd(je) terug
Mijn emailadres is mijn voornaam voluit aan elkaar vast bij gmail.com. Ben benieuwd. En nog een maandje erg druk met afstuderen. Daarna in voor veel goed nieuws.
Groet,
SF