
De afgelopen herfstvakantie verbleven Marlies en ik een weekend in retraitecentrum ‘de Spil’ in Giessenburg: www.retraitecentrum.nl . Voor iedereen die zich eens een weekend wil terugtrekken, wil bezinnen, God wil zoeken een absolute aanrader. Voor ons was het een weekend om met z’n tweeën - voor het eerst sinds de geboorte van onze jongste twee kinderen, Ilse en Julia, nu anderhalf jaar, en de hectiek die het bestaan als beginnend predikantsgezin met zich meebrengt – op adem te komen, tijd voor goed gesprek, een goed boek, gebed, viering, een stevige wandeling, nadenken over waar we mee bezig zijn en wat we willen met elkaar, gezin, werk, geloof etc. Het was een heerlijke plek om daarmee bezig te zijn. Met een groep mooie mensen met wie we samen aten, praten, vierden en baden.
Van te voren had ik me voorgenomen dat ik mijn tijd niet wilde verdoen dit weekend, maar ook bewust met een bepaald geloofsonderwerp aan de slag wilde, biddend en lezend. Om een lang verhaal kort te maken, waar ik mee bezig wilde was de vraag: hoe kijk ik tegen Jezus aan? Wie is Jezus? Dat klinkt misschien als een theoretische vraag, maar voor mij is het meer dan dat. Het is ook mijn persoonlijke vraag. Al heel lang constateer ik bij mezelf dat ik de klassieke leer over Jezus zoals die verwoord is in de klassieke theologie (waarlijk mens, waarlijk God) nooit begrepen heb. En als ik goed bij mezelf naga, dan heb ik dat eigenlijk nooit gesnapt, en kan ik er weinig mee. Ik snap de intentie wel van dit dogma, maar ik zou het niet zo uitdrukken. Heel lang worstel ik al met de vragen die dit onderwerp bij me oproepen: christologie, triniteit, preëxistentie etc.
Al heel lang wilde ik daarom lezen wat de Nederlandse theoloog Berkhof hierover geschreven heeft. Ooit had ik al eens wat lopen grasduinen in zijn bekendste boek ‘Christelijk Geloof’ (CG), en ik wist dat hij anders tegen Jezus aankeek dan de klassieke theologie, bovendien behoorlijk kritisch was op de klassieke theologie. Daarom had ik me voorgenomen om de hoofdstukken die Berkhof over de christologie schrijft dit weekend in de Spil te lezen, en daar zoals geschreven ook biddend mee bezig te zijn. Het gaat om § 32 – § 37 van zijn CG. Terugkijkend moet ik zeggen dat ik dit al veel eerder had moeten doen, ik vond het prachtig en Berkhof heeft me een beter inzicht gegeven van hoe ik zelf naar Jezus kijk. De komende weken hoop ik de tijd te vinden om hierover te bloggen. Liggen mn blogs over Brueggemann wel even stil, maar daarover zal ik vast nog wel eens meer bloggen.
Als voorproefje alvast een citaat over de preëxistentie van Christus:
‘Deze (preëxistentie) heeft (Joh. 1:1-5, Eph 1:10, Col. 1:15-20 e.a.) geen betrekking op een trinitarisch verblijven van de Zoon bij de Vader, maar op een medewerken met God in de schepping door de historische Jezus. Vandaar dat Col. 1:15 van de ‘eerstgeborene van de ganse schepping’ kan spreken. In deze mythische vorm (gangbaar in het toenmalige rabbijnse en hellenistische Jodendom) werd uitgedrukt wat wij in het westerse denken een ‘ideële preëxistentie’ zouden noemen: Gods eerste en dominerende gedachte bij zijn scheppingsplan was Jezus de Zoon’ CG, 290.